*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Michel van Egmond

Column - De Hollandse School nu ook in Kirgizië

07/03/2011 11:00

Het was december 2007. Ceylan Arikan, oud-speler van onder meer NAC en FC Dordrecht, surfte over het internet en tikte de naam in van het land waar hij als hoofdtrainer aan de slag zou gaan. Dit is wat hij zoal las:

'Kirgizië of Kirgistan, officieel de Kirgizische Republiek, is een land in Centraal-Azië. Het land is een binnenstaat en wordt begrensd door Oezbekistan, Kazachstan, China en Tadzjikistan. De Centraal-Aziatische republiek is nog altijd instabiel, mede vanwege etnische spanningen en geweld. Ook de corruptie, georganiseerde misdaad en de slechte economische situatie spelen bij de problemen in het land een rol.' Vreemd genoeg stapte Ceylan Arikan nog diezelfde week vol enthousiasme in het vliegtuig richting Kirgizië.

Dat was dik drie jaar terug. Nu kwam hij opeens het Novotel in Rotterdam binnenlopen: een kleine, afgetrainde man, zonder contract maar met een avontuurlijke geest, gedreven door een nauwelijks te blussen ambitie. 'Of ik niet graag als assistent van Ruud Gullit naar Tsjetsjenië was meegegaan?' In de hotelbar moest hij een beetje lachen om die vraag. 'Wat denk je? Natuurlijk wel.'

Ceylan Arikan, tot voor kort trainer van Abdish-Ata, keek niet op een brandhaard meer of minder. Hij overleefde in Kirgizië een staatsgreep en een burgeroorlog. Waar het op neer kwam, was dit: zolang er ergens een veld was met min of meer officiële afmetingen, een bal en wat gemotiveerde spelers, kon je hem overal neerzetten. Dankzij die instelling was hij ook ooit in Kirgizië terecht gekomen. Hij had eigenlijk gesolliciteerd naar een baan als bondscoach van Mozambique Onder-23, maar het einde van het liedje was dat hij zichzelf terugvond op de armoedige luchthaven van Bisjkek, de hoofdstad van het niet minder armoedige Kirgizië.

Het was in het begin wel even wennen. Het huis dat de club aan de nieuwe coach had beloofd, bleek bij aankomst ook bewoond door een Turkse jeugdtrainer met een snor, een gastvrije heer, daar niet van, maar toch niet bepaald de ideale huisgenoot. Omdat Arikan er op stond een eigen woonruimte te hebben, bezorgde de club hem uiteindelijk een appartement. Daar was het elke dag weer de vraag of er elektriciteit zou zijn en vooral voor hoe lang. Ook kwam het geregeld voor dat de nieuwe hoofdtrainer ’s ochtends wel aan de kraan draaide, maar er niet meer dan wat geborrel uit de leiding opsteeg. Meestal duurde het een paar uur voordat er dan weer water was.

Buiten was alles grauw. De gebouwen waren somber, de bevolking ook. Op straat werden dronken automobilisten in aantal alleen overtroffen door dronken verkeersagenten. Die laatste groep deelde boetes uit alsof het zuurtjes waren en stak het geld in eigen zak, want er waren weinig republieken in de wereld zo corrupt als deze.

Maar Ceylan Arikan trok zich daar allemaal niets van aan. Hij zag perspectief in zijn ploeg, ook al hadden de jaren achter het IJzeren Gordijn zijn spelers grotendeels van hun creativiteit beroofd en gedroegen ze zich op de training meer als soldaten dan als voetballers. Daarom werd voortaan niet langer de nadruk gelegd op oeverloos gedraaf, maar op positiespel. Ook werd per direct met drie aanvallers gespeeld. Niemand die het in Nederland in de gaten had, maar in het verre Kirgizië was een jonge Nederlandse trainer met Turkse roots bezig de Hollandse School te prediken.

Hij won er de beker mee, maar nooit de landstitel. Dat kon niet. FC Dordoi, de grote concurrent, werd kampioen. Dat stond nu eenmaal vast. Arikan vertelde over scheidsrechters die werden omgekocht of in elkaar geslagen, over zijn bedreigde keeper, over een wedstrijd op neutraal terrein die plotseling naar het Dordoi-stadion werd verplaatst en over een oneindige rits onverdiende penalty’s.

'Het geld achter FC Dordoi controleerde de competitie volledig', zei Arikan in de hotelbar. Voor iemand die jarenlang een hopeloze strijd had gevoerd, maakte hij een opvallend montere indruk. Spijt kende hij niet. Hij leefde met de prettige gedachte dat er een erfenis was achtergelaten. Het was allemaal niet voor niets geweest. Ook aan de voet van het Tiensjangebergte, en langs de boorden van het Ysykköl-meer, weet men nu van de Hollandse School. En dat allemaal dankzij de ambitieuze Ceylan Arikan uit Rotterdam, wiens grootste overwinning is dat zelfs het gehate FC Dordoi tegenwoordig met drie aanvallers speelt.

Michel van Egmond


SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Mark van Bommel wordt slachtoffer van een oerwet in het betaalde voetbal'
Columnist Nico Dijkshoorn voorziet een drama in de samenwerking tussen PSV en de uit Milaan overgekomen routinier (Voetbal International)